Gerard den Haan werd bij NAC cultheld van de B-Side: "Jagen!"

Gerard den Haan
Gerard den Haan Foto: © Pro Shots

Gerard den Haan speelde slechts vier seizoenen voor NAC, maar groeide in Breda uit tot een cultheld die decennia later nog altijd op handen wordt gedragen. Voetbal International dook voor de rubriek VI Tijdmachine opnieuw in een verhaal uit 2012 over de voormalige middenvelder, die met zijn werklust, tackles en bijzondere band met de B-Side een onuitwisbare indruk achterliet.

Toen Den Haan in 1988 bij NAC terechtkwam, was hij allesbehalve een gearriveerde prof. Op een foto van zijn eerste training loopt de rest van de selectie in officiële clubkleding, terwijl de nieuweling in een korte broek en een goedkoop trainingsjack verschijnt.

"Ik had gewoon een korte broek aan. En daarboven een trainingsjackie van de Wibra. Het is wel een tekenend beeld. Ik was een amateur en zo gedroeg ik me in het begin ook. Ik had geen idee wat het in hield om prof te zijn. Maar ik leerde snel. En ik zei ook helemaal niets, hè? De eerste drie maanden heb ik alleen maar om me heen gekeken en gezwegen. Pas na een paar maanden deed ik voor het eerst mijn mond open. 'Hé', zei Hans Verel, 'hij kan dus tóch praten.' Maar het werkte wel, die aanpak. Na een paar maanden kreeg ik door blessures mijn kans in het eerste elftal."

Zijn eerste volledige wedstrijd tegen DS'79 vormde meteen een voorproefje van wat Breda van Den Haan kon verwachten. Hij opende met een stevige tackle, scoorde later ook en werd na afloop uitgenodigd in het supportershome. Dat Den Haan daar niet alleen na overwinningen, maar ook na nederlagen verscheen, werd gewaardeerd.

Op het veld paste hij ondertussen perfect bij de B-Side. Den Haan stond niet bekend om verfijnde techniek, maar wel om inzet, strijd en de bereidheid om tot het uiterste te gaan. In het seizoen 1990/91 verzamelde hij dertien gele kaarten en één rode kaart, destijds zelfs goed voor een vermelding in het Guinness Book of Records.

Zijn status als cultheld kreeg definitief vorm tijdens een uitwedstrijd tegen AZ'67. Nadat een NAC-supporter vergeefs een spandoek van de thuisaanhang probeerde weg te halen, werd Den Haan bij een ingooi door Alkmaarse supporters belaagd. De middenvelder liep vervolgens zelf naar het hek, trok het doek los en gooide het op de grond.

Het NAC-bestuur was minder enthousiast, maar bij de achterban kon Den Haan vanaf dat moment helemaal niet meer stuk. Bij uitwedstrijden klonk jarenlang vanaf het uitvak: "Gerard, haal dat spandoek weg!"

Ook wanneer hij geschorst was, zocht Den Haan de eretribune niet op. Hij stond tussen de harde kern en reisde soms zelfs met de supporters mee naar uitwedstrijden. De wisselwerking met de B-Side zorgde ervoor dat hij op het veld nóg een stap harder ging. "Het publiek kon mij helemaal gek krijgen. De B-side werkte in die jaren als een drug voor mij. Als ze alleen al begonnen te schreeuwen Jagen!, Jagen!... Nou jongen, dan ging ik als de brandweer over dat veld."

Den Haan maakte bovendien geen geheim van zijn band met de aanhang. "Ook als ik geblesseerd ben, wil ik spelen", zei hij destijds. En over de supporters: "Ik doe het ook voor die jongens op de B-Side; die hebben niets anders dan NAC."

De waardering bleek jaren later nog altijd immens. Toen NAC originele wedstrijdshirts veilde om geld voor de club op te halen, bracht niet het shirt van Pierre van Hooijdonk of Ton Lokhoff het hoogste bedrag op. Een shirt van Den Haan ging voor meer dan 1.700 euro van de hand. Zelf begrijpt de oud-speler de blijvende adoratie nog altijd nauwelijks. "Ik snap er niks van. Het houdt ook maar niet op. Nog steeds komen er mensen speciaal uit Breda om hier, in Beneden Leeuwen, een patatje bij mij te eten. Dan kletsen we even over NAC, maken ze een foto en gaan ze weer weg."

Lees meer:
0 reacties